| |
 |
 Help de aap loopt los.
Kinderen/Basisschool | kindergedichten van Thl.
|
12 Maart 2010 | 23:04:09
 |
Help de aap loopt los.
Help een aap loopt los in het Kraaivenbos.
Rolt dol door het gras en plukt een kruidje.
Doet een koprol met een tuitje
Een agent die juist zijn ronde doet.
Ziet de behaarde bonk en wordt niet goed.
Hij blaast zich rood op 't fluitje.
Help, de aap is los!
De aap is los midden in het Kraaivenbos.
tussen het riet op het Kraaivenkluitje.
Driftig blaast hij nogmaals op zijn Fluitje.
Een postbode met een grote tas,
wist niet waar de nabije haven was
"Whahaba" brult de aap en wijst
naar een schommelende schuit.
"Wat" schreeuwt de postbode uit,
kijkend in een verschrikte apensnuit.
Help, de aap loopt los en
gooit de trossen van de schuiten los
De schipper die het aan zag komen
was lelijk in de boot genomen
De Kapitein komt erbij.Snel laat hij bakzeil halen,
en roept die aap gaat duur betalen.
Doch de aap loopt naar de groentewinkel
Ringeling ringkel de kinkel.
Daar ging hij wat bananen vragen.
maar kreeg de hele groentewagen.
De groentenman riep van de schrik
"De aap loopt los" en kreeg de hik.
De aap klom in de groentewagen
je moet je nu niet gaan verbazen,
hij liet de motor keihard razen.
Reed als een dolle door de stad,
omdat hij er reuze lol in had.
Hij toeterden en de motor loeide
op twee wielen door de bocht zowaar.
De mensen stoven uit elkaar.
Ze riepen luid en gilden maar:
"De aap loopt los al heel het jaar"
Thl 3121095680 Auteursrechten voorbehouden volgens de wet
|
|
|
 |
 |
 Het Meisje en de goudendraad
Kinderen | nieuwetijdssprookjes van Thl.
|
01 Januari 2010 | 01:43:51
 |
|
Het meisje en de gouden draad.
Nieuwetijdskerstverhaal in twee delen. Geschreven door Theo.Thl. Deel1
Traag dwarrelen de sneeuwvlokjes naar beneden. langzaam maar zeker bedekt een witte donsdeken huizen en tuinen. De avond valt het is grauw en triest.Twee lichtjes priemen door het half duister midden op de weg, alsof ze de weg zoeken tussen de dwarrelende sneeuvlokken. Een besneeuwd grappig klein autotje gleidt langzaam voor een half verlicht venster van een huis onder een straatlantaarn die een poging doet aan te gaan.De auto twijfelt even, en stopt dan, zijn lichten dovend.
"Dag Roselientje, Opa niet te veel plagen hé", zegt moeder als haar dochter met haar pop onder Opa's arm door snel in de deuropening verdwijnt, "en zonder mopperen naar bed gaan als Opa het zegt", roept ze haar kind nog bezorgd achterna.
Tot morgen Roselien zegt moeder, en ze werpt Roselientje nog een kushandje toe, die reeds binnen voor het besneeuwde raam staat en met een lief gebaar het zelfde doet. Snel vertelt moeder haar vader die in de deur staat, dat ze naar Freek gaat die ernstig ziek is , hij knikt begrijpend terwijl zijn gezicht wat triest wordt. Met een zacht gezoem rijdt het wagentje weg, alsof er geen motor inzat. Dan gaan de lichtjes van de auto pas aan, zeker bijna het licht vergeten meent Opa, zwaait nogmaals met zijn hand en gaat naar binnen..
Roselientje ziet de auto van haar moeder in het donker verdwijnen en is een en al aandacht voor de tafel die vlak bij het raam staat. Wat een rommeltjes allemaal! De tafel ligt altijd vol bij Opa. Gereedschap, transistors, de vreemdsoortigste kastjes met veel knopjes en venstertjes die oplichten, luidsprekers, cd player, talloze draadjes en weerstandjes en dingen die ze niet herkent buiten meters dan, die vind ze interresant Opa vertelde waarvoor hij die zoal gebruikt..
Ja, Opa kan werkelijk alles! Vorige week was haar pop ziek geweest, een stijve nek had ze, muurvast zat ie. Opa had voorzichtig het hoofd opengemaakt en met zijn meter en tangentjes erin geopereerd en na een half uur was haar pop weer genezen. Het mooie was: voor haar ziekte kon ze haar hoofd rechts en links bewegen en zo naar je praten als je haar wat vroeg. Maar na de operatie door Opa, kon haar kindje het hoofd zelfs helemaal naar achteren draaien. Naar rechts ging niet meer, maar dat vond Roselien niet erg, want ze had haar toch altijd op de rechterarm. Deze keer had Opa helemaal geen schroeven overgehouden!.
De week ervoor had haar popje iets aan de keel gehad. Ze sprak ontzettend hees. Opa had toen haar hele rug opengemaakt en met een soort kleine televisi erin gekeken. Ze had het hartje van haar pop zien kloppen op een schermpje. Roselientje had met schrik in haar beentjes haar hartje vastgehouden, vooral toen Pops rechterarm er plotseling afviel. Na een operatie van wel een uur zat alles weer op zijn plaats en haar stemmetje had weer helder geklonken. Opa was een knappe dokter dacht ze bij zichzelf.
Haar mama kon ze niet goed begrijpen, ze zou haar zieke broer toch bij Opa kunnen brengen, Opa had vast wel een oplossing. Hier op tafel lag het vol weerstanden, juist dat waar oom Freek gebrek aan had. Tientallen malen had ze dat al horen zeggen thuis .. Al was ze dan pas zes jaren oud, ze zou het wel weten als ze mama was.
Toen Opa binnen kwam zat ze op de stoel voor de openhaard. Lekker is die warmte, en je kunt zo fijn naar de oplaaiende vlammen kijken. Na een dikke knuffel zegt Opa dat ze de kerstboom gaan aankleden, Aankleden zegt Roselien verbaast, hebt U dan kleertjes voor hem gekocht en ondertussen kijkt ze hem ondeugend aan.
Eigenlijk lijkt opa wel een beetje op die struikrover uit de tv film met zijn ruige baard denkt ze, alleen het lapje voor zijn oog ontbreekt.Maar dat durft ze hem niet te zeggen Nee mallerd zegt Opa we gaan er lichtjes en kerstballen inhangen, wat kerstkransjes van chocola en sterappeltjes die jij altijd zo lekker vind." Men noemt dat de kerstboom aankleden" zegt hij lachend.
Mag ik de lichtjes doen Opa? Dat mocht ze en Opa legde even de snoer met de steker voor alle zekerheid bij de kontaktstop zo zou hij niet tekort zijn.
Wat ging die boom er leuk uitzien, al die piepkleine lichtjes en allerlei figuurtjes tussen zilver en goudglanzende ballen.. het leukste vond Roselien echter de kransjes erin hangen. Opa bleek er minder te hebben dan hij gedacht had...hihihi gieberde ze.
Dan het spannende moment en daar gingen de lichtjes aan, wat een geschitter en wat een pure mooie kleurtjes. Als ze de ogen half dicht kneep en er naar keek waren het een voor een gekleurde staartsterren met een hele lange staart. Even zaten ze samen bij het openvuur naar de kerstboom te kijken en Roselien vroeg Opa of hij een Kerstverhaaltje kon vertellen.
Dat zal ik eens doen en daarna als de weerlicht naar je bedje,het is al laat zie ik. Opa kijkt gauw even op "kindergedichten" en leest het gedicht voor.
Het meisje met de zwavelstokjes,
geschreven door THL, in gedichtvorm.
Speels dwarrelend valt de sneeuw
de laatste avond van het oudejaar,
het is bitterkoud en donker onverhoeds.
Bibberend loopt langs de straat
een klein meisje barrevoets.
Met rode oortjes luistert Roselien en als Opa uitverteld is rolt er een dikke traan over haar wangen........
Dit is maar een gedichtje Roselientje zegt Opa troostend. Erger is dat in onze tijd nog steeds mensen omkomen in de vrieskou in Europa, omdat ze buiten in een doos of tent moeten slapen.
Laten we maar hopen dat mensen die in hun geld zwemmen hun een mogelijkheid van een normaal leven gaan geven, "Delen van je overdaad kan geen kwaad zeg ik altijd".
Laten we deze als Kerstspreuk houden dit jaar.......
En nu, naar bed naar bed zei Duimelot......... Eerst nog een chocolade kransje zei Roselien gauw... en opa moest lachen dat het huis ervan daverde.
Snel huppelt ze naar boven de trap op, Voordat Opa boven is heeft ze haar pyama al aan en springt op het veel te grote bed. Ze kent het kamertje op haar duimpje. Ze logeert wel meer bij Opa.Het is een heel knus kamertje speciaal voor haar. Hier en daar hangen knuffels aan de muur en mooie prenten die Opa wel eens verwisseld af en toe. Ha, daar is ie, ze verstopt zich snel onder het donsbed en komt plotseling weer te voorschijn en roept Boeeeee. Opa doet alsof hij hevig schrikt, en Roselien giert van het lachen..Ze krijgt een nachtzoen, mooie dromen zegt Opa altijd doet het licht uit en sluit zacht de deur achter zich. Wat ligt dit bed heerlijk zacht, ze kijkt naar de wand waar de straatlantaarn die vlak bij het raam hangt een grote lichtvlek op de muur maakt waar Opa een kerstpooster had opgehangen.Echt kerstsfeer vond Roselien! Mistige hoge bergen, lange sparren staan langs de kanten van een dik sneeuwspoor waarop een arreslee met een echte kerstman en zeven rendieren ervoor, mooi is die plaat.... Er liggen een boel pakketjes op de slee achter en het sneeuwt. De maan gluurt tussen de wolken en de bomen door.
Het licht van de straatlantaarn wordt lichter en donker! Het lijkt wel of de sneeuw echt valt. Plots valt er een plakje sneeuw van de kerstman zijn muts. Dat kan niet denkt ze en sneeuwen kan ook niet. Ze kijkt en toch lijkt het te sneeuwen , er ligt al een dikkere laag dan zoeven, ze kijkt nog eens goed naar de kerstman, daar is geen sneeuw afgevallen al dacht ze dat. Kerstman zit helemaal onder zelfs zijn gezicht... Dan veegt de kerstman zijn baard schoon, de sneeuw valt voor hem in de slee. ze blijft verbaast kijken, maar er gebeurt niets meer. Toch wist ze het zeker hij had bewogen.. Ze draaide zich om en zou dan onverwacht nog eens kijken, je weet maar nooit, misschien wilde de kerstman niet dat ze het zag.
Deel 2
Even lag ze zo en dan draaide ze zich heel snel om.... Ze keek, en keek nog eens. Nee maar, de arreslee was er niet meer. Ze ging rechtop zitten om beter te kunnen zien. Enkel sneeuwvlokken die traag omlaag dwarrelden en de hoge sparren waar de maan tussendoor scheen, een mooi zacht wit licht....ze ging dichterbij om het beter te bekijken. Een verlaten karrespoor bedekt met een laag sneeuw, geen spoor van een kerstman met zijn rendieren. Ze kreeg koude voetjes, tot haar schrik zag ze dat ze met blote voeten in de sneeuw stond, ze draaide zich snel om en wilde terug. Enkel een besneeuwde berm met hoog opgaande sparren waren aan de andere kant te zien, waarboven hoge besneeuwde bergen glinsterend belicht door het schijnsel van de maan. Hoorde ze daar belletjes klingelen? Nu wist ze het zeker, belletjes en een vaag gestommel, dat al snel luider en luider klonk. Ze keek in de richting van het geluid en zag een vaag schijnsel voor haar opdoemen, heel ver op de besneeuwde bergweg. Ze trappelde met haar voetjes in de sneeuw, oh wat was dat koud en het begon ook nog heviger te sneeuwen. Vlug ging ze langs de kant toen een stel dieren rennend over het weggespoor op haar afkwamen. Ho, hoo hoorde ze een stem zeggen. het klonk vreemd en toch bekend. Een zestal rendieren draven haar voorbij met luid geklingel, om daarna pal stil te staan. Verbaast kijkt ze naar de arreslee die voor haar is gestopt, whaha, dat is de kerstman die verdwenen was. "Kom gauw op de bok Roselien zegt hij en zwaait met zijn arm naar de lege plaats naast hem met een breede glimlach ." Je voetjes zouden nog afvriezen zo vervolgde hij".
"Geen denken aan" zei Roselien "en mijn voetjes vriezen echt niet af. Meegaan met vreemde kerstmannen mag ik niet van Mama"! De kerstman klopte de sneeuw van zijn muts en trok aan zijn baard die promp afviel en Roselien zag meteen de wilde stoppelbaard en guitige ogen, waarvan er een met een zwartlapje was bedekt ....Opa. "Je bent een echte struikrover nu" zo liet ze zich ontvallen en sprong op de bok naast de kerstman die zijn baard weer voordeed en er weer uitzag zoals een kerstman betaamd in kerstverhalen. Hij haalde een klein kerstpakje tevoorschijn en even later zag Roselien eruit als een klein kerstvrouwtje, met een donzig gevuld puntmutsje op, met kwast. Hoe heerlijk warm voelde dat aan en die met bond gevoerde laarsjes die ze snel aantrok! De Kerstman trok aan de teugels van de rendieren en daar gingen ze bijna geluidloos over de weg, alleen de belletjes en de ijzers op de sneeuw maakten een tingelend en slissend geluid.. Het klok als muziek in Roselien's oren. Toen ze even later opzij keek zag ze tot haar verbazing dat ze in een grote boog omhoog gingen. De statige lange sparren werden kleiner, het weggetje was een dun lijntje geworden en in de verte zag ze een dorp tegen een berghelling, schattig en wonderschoon lag het daar met al die verlichte venstertjes en twinkelende straatlantaarns. Verderop nog een en nagelang ze hoger gingen kwamen er meer, ze leken kleiner, maar waren toch als reuze kerstbomen met veel kleurige lichtjes aan vond ze." Brengen we nu kadootjes rond Opa" vroeg Roselien." Ik ben de kerstman op geheime missie, je mag me dus geen Opa meer noemen" zei de Kerstman. "Doe je dat toch Roselien dan kan ons beide weleens een ernstig ongeluk overkomen".. "O best hoor Kerstman" zei Roselien lachend. Wat gaan we dan doen? We gaan geen cadeaux rondbrengen, dat doen alleen nep Kerstmannen. Alhoewel ook zij de grote en kleine kinderen blij kunnen maken en zodoende toch nuttig werk doen. Ik zal je eerst een en ander uitleggen Roselien, dan weet je vanzelf wat wij gaan doen. Je weet dat de zon met midwinter heel dicht bij de aarde staat he en s'winters hier in het noorden heel weinig warmte geeft. Dat komt omdat de Aarde met een bijna onzichtbare goudedraad aan de Zon vastzit. Tot aan de midwinter heeft de Aarde zo dikwijls om zijn as gedraaid en die goudedraad om zijn middel gewonden, dat de zon alleen zijn warmte langs de evenaar op aarde en meer in het zuiden afgeeft. Hoe korter die draad wordt hoe dichter de aarde bij de zon komt en hoe rechter de aarde gaat staan. Zou dat zo langer doorgaan, dan zou het langer winter blijven en alles zou stijf bevriezen op aarde in het noorden, om daarna in damp op te gaan in de zon. Nu zijn we bij onze heel belangrijke maar geheime missie aangekomen".... zegt de Kerstman."Zorgen voor een Zonnewende! De goudedraad moet op een bepaalde plaats en het juiste moment onderschept worden , doorgeknipt en door een gat van een opgevrorenberg op de noordpool getrokken worden en dan weer aan elkaar geknoopt worden en wel zo stevig dat de draad niet kan breken. Als de aarde in zijn val om de zon zich weer een langwerpige baan neemt en daardoor verder van de aarde afgaat, kan de draad geleidelijk afrollen via dat gat in de ijsberg op de noordpool. Langzaam maar zeker wordt de aarde zo weer scheef getrokken door de lichte druk van de goudedraad. De noordpool van de aarde gaat zo meer naar de Zon hellen en de goudendraad wordt moeiteloos van de aarde afgewonden. Zo wordt het noorden weer wamer. en de weg naar een nieuwe lente begint.
Als op het eind van de zomer door de midzomerwarmte de berg met het gat gesmolten is en de gouden draad terug springt tussen zon en de evenaar, wordt hij opnieuw om de aarde gewikkeld en begint de aarde weer zijn jaarlijkse terugtocht naar de zon en de dagen worden weer korter. Op naar een nieuwe winter dus..... en later een nieuwe kerst......De kerstman moet dan weer op pad voor zijn jaarlijkse missie." " Ik wist niet de kerstman zo knap was en dacht echt dat hij een soort lieve domme in het rood gekleedde postbode was, die alleen pakjes via de schoorsteen bezorgd" zei Roselien, die het hele verhaal aandachtig gevolgd en begrepen had"( Jij ook?)
De kerstman vroeg Roselien even de teugels over te nemen en de richting naar de vollemaan te houden zolang dat kon.. Dat deed ze maar al te graag, maar toen ze de teugels ongelijk strak hield begon de wagen een bocht te maken en gevaarlijk naar een zijde te hellen. Al gauw had ze door hoe je dat doet, trok de andere teugel wat strakker en toen ze weer recht op de maan afstevende liet ze de teugels vieren en bleef mooi op koers. Wat gingen ze snel, ze durfde amper naar beneden te kijken. In de verte zag ze dat het landschap helderder werd, grote meren met bossen omgeven en grote en kleine steden waarvan de lichten nog net te zien waren.
"Niet naar de maan vliegen zei de kerstman, je moet wat lager blijven Roselien"! "Zie je, de maan klimt boven ons doordat wij zo snel gaan, dat is ook de reden dat het aan de kim al lichter wordt. Ik zal de teugels weer overnemen". Dat vond Roselien best, ze vond het erg inspannend de rendieren in de goede richting te houden.Na korte tijd verscheen de zon aan de horizon in de verte, haar eerste roodgouden stralen priemden reeds over de horizon." Als we onder de zon doorzijn kunnen we de goudedraad onderscheppen, dat zal al sneller zijn dan je verwacht" zei Kerstman. Roselien genoot van het uitzicht, ze waren boven een prachtig wolkendek dat allerlei vormen vertoonde, van reusachtige roofvogels tot dino's die steeds maar groeiden en veranderden in weer andere griezels en het leek of de rendieren met hun slee over de breede ruggen voortstoof. "We zijn op het punt" riep de Kerstman," neem snel even de teugels over" en terwijl hij het zei had ie al een vreemdsoortige goudenstok met aan het uiteinde een open krul in zijn hand, "links aanhouden" riep hij, Roselien trok brusk aan het linkerleidsel en de slee zwenkte links en hing gevaarlijk scheef. We hebben de draad riep de Kerstman, nu de teugels vieren....goed! Houden zo!. De slee kwam weer recht, na een grote bocht van de zon af te hebben gemaakt. We gaan zo naar het noorden merkte Roselien op. En dat was ook de bedoeling. De kerstman zette de goudestaaf vast op een daarvoor bestemde plaats in een gat achter op de arreslee. Beiden keken ze toe hoe een schitterende fijne goudedraad door de krulling van het openoog liep doch door een draaing daarin gevangen zat. Door het oog heen glijdend waaierde de draad uit en schitterde in vele kleuren. De arreslee die voortsnelde naar het noorden, maakte dat er een boog in kwam.Het leek wel een regenboog, maar dan van heel dicht bij vond Roselien. Zo vlogen ze langs de hemel, met de goudedraad in een boog achter hen aan. Het wordt vast slecht weer Kerstman zei Roselien en ze verborg een glimlach omdat ze de nadruk op "kerstman" legde. "Het is daarginds vreeselijk donker" hernam ze. "Het is er enkel heel koud denk ik" zei de kerstman.
"We naderen de noordpool, en daar is s' winters geen zon die zit juist onder de horizon. Het is er twee maanden nacht!". O, zei Roselien, "dat wist ik niet en in de zomer"? "Goede vraag" zei de Kerstman. "Rond midzomer is het hier twee maanden dag en gaat de zon niet onder". Ondertussen zag de kerstman dat zijn kompas in alle richtingen het zuiden aanwees. We zijn er bijna riep hij Roselien toe, juist toen er een reusachige ijsberg uit het duister opdook. Met zijn ervaring zag hij meteen dat dit de juiste was en stuurde recht op de top af, liet zijn laserlantaarn oplichten, vond snel de opening en koerste er recht doorheen. Roselien stond versteld toen ze zag hoe haar Opa toen ze door het gat waren gevlogen snel een stropknoop in de smalle lus van de doorgetrokken gouddraad legde, rechtsom ging met de arreslee, even stopte, ondertussen de geknoopte lus aan de draad die naar de zon terug liep met een dubbele platte knoop vastmaakten en daarna met een glinsterd schaartje het stukje draad tussen de lus en de platte knoop, die buiten het gat langs de bergwand omliep doorknipte. De gouden draad gleed nu door het gat in de ijsberg en maakte via het gat een verbinding tussen Aarde en Zon. De arreslee met de rendieren was bevrijd van de draad en daalde. Roselien was gaan staan en sprong in de lucht van vreugde, "Hoy, hoy, dat is knap Opa" riep Roselien, en ze klapte in haar handjes, "helemaal te gek Opa"!!! Op het zelfde moment maakte de arreslee een onverhoedse draaibeweging. Roselien valt over de rand, wil zich nog vast pakken, maar kan de slee niet meer grijpen. "Help" schreeuwde Roselien, "help me dan toch Opa"... als een steen valt ze door een groot schaap in het wolkendek dat niet eens mekkerde, ze wil zich nog vastpakken aan een daaronder voortdrijvende olifant, ondertussen maakt ze een wanhopige zwembeweging, Een zucht trekt door haar heen, de wind giert om haar oren en de belletjes van de rendieren worden van helder klingelende tot steeds lager en lager geluid van uit de verte.Dan ziet ze beneden zich een kerstboom vol lichtjes die groter en groter wordt, nee maar... het is een dorp met huizen, een kerktoren..... De wind zoefde in haar oren en ze valt, valt in een diep donker gat dat geen einde scheen te hebben.Dan een vreeselijke schok ze meent weer op te veren, ze kijkt verbaast rond, haar hartje gaat wild te keer. Ze bibbert over haar hele lijfje. Ben ik niet dood? Ze kijkt onwezelijk rond en ziet een grote lichtvlek op een pooster. Daar was de arreslee met de kerstman..... licht van de straatlantaarn, de knuffels aan de muur... Ze zit rechtop in haar bed, brrr toch maar koud zo. Ze ging diep onder de donsdekens en sliep gerustgesteld weer in.
s 'Morgens onder het Kerstontbijt keek ze naar Opa, die krentenkerststol met kaas zit te eten," Wil je iets vragen", zegt hij met een half lege mond en een glimlach.
" Is de kerstman echt Opa? En is het in de winter twee maanden aan een stuk nacht op de noordpool?"
"Dat moet ik even in het boekje opzoeken Roselien" zegt Opa enigzins onduidelijk en neemt aandachtig een slokje koffie. "Kunt U dan gelijk even nakijken of een struikrover heel soms, een echte Kertsman kan zijn"?
Dan proest Opa het uit van het lachen, Een struikrover die soms Kerstman kan zijn!!!??......Whahahahhaahhah en Roselien lacht gezellig mee.
Thl20120980Auteursrechten voorbehouden volgens de wet
Einde. |
|
|
 |
 Kabouter Rommel
Spiritualiteit | kindergedichten van Thl.
|
04 September 2009 | 23:48:51
 |
Kabouter Rommel
sloeg keihard op zijn trommel,
De elfjes hun oren deden zeer
Een wolkje barste ervan open
er viel wat regen neer
recht op Rommels trommeltje
Dat gaf geen geluidjes meer.
Kabouter Rommel
draaide nu zijn trommel
trok keihard aan de veren.
De elfjes oren deden zeer
en ook die van de vleren
die rakelings langsscheren
Dat vond kabouter Rommel eng
Trok niet meer aan de veren l
Die gaven geen geluidjes meer.
t' Was uit met jongeleren.
Kabouter Rommel
had o zo'n leuke trommel.
hij rolde die een trapje af
Van honke bonke bonk,
de elfjes waren er niet meer,
de vleren gingen niet tekeer.
De lol was er er nu af,
t' gebonke bonk
klinkt nu niet weer .
Houden jullie ook van plagen?
ga dan voor Kabouter Rommel
een nieuwe trommel vragen
een trommel met twee veren,
dan kan hij 't jullie leren.
Thl 12010714Auteursrechten voorbehouden volgens de wet |
|
|
 |
 Kabouter Babbelaar
Eten en drinken | kindergedichten van Thl.
|
04 September 2009 | 23:44:56
 |
|
Kabouter babbelaar
Kabouter babbelaar eet enkel
graantjes uit een korenaar.
Alleen als hij uit wandelen gaat
eet hij ook tomaat
Gaat hij daarna draden spinnen,
dan eet hij eerst gebakken spinnen
Is hij met het spinnen klaar,
dan rookt hij een klapsigaar.
Muggen vindt hij o zo lekker,
dat vind je natuurlijk nog veel gekker.
En als hij dan nog een toetje wil,
neemt hij nog wat kikkerdril.
Kikkerbillen vind hij ook niet vies
Wil jij dat niet geloven
en denkt dat ik je een kool wil stoven,
vraag het dan aan tante Wies!..
Thl17060923Auteursrechten voorbehouden volgens de wet
|
|
|
 |
 Kabouter Treuzelteut
Bizar | kindergedichten van Thl.
|
04 September 2009 | 23:36:56
 |
Kabouter Treuzelteut.
Kabouter Treuzelteut gaat uit logeren
bij twee dikke knuffelberen.
Gehaast doet hij zijn jasje aan,
De knuffels zullen voor hun deurtje staan.
Maar wat een ramp,
een mouw blijft hangen,
aan het scherpe puntje...
van de staande schemerlamp.
Hij gaat midden in de kamer staan
en trekt een ander jasje aan.
Zijn schoenen geven geen probleem,
de veters draait hij er omheen.
Waar is de puntmuts van een liter?
ach, die hangt daar aan de gieter.
Nog even bloemen water geven,
alle blaadjes hangen slap.
Kijk daar mijn bord van gisteravond
het zit vol vieze restjes pap.
Even de brievenbus leeg halen,
moet ik misschien nog iets betalen?.
Nu de voordeur nog op slot,
jakkes ik moet nog op de pot.
Daarna staat hij in het straatje,
in zijn straatje voor de deur,
plots krijgt hij het warm,
op zijn snuitje komt een kleur.
Wat ben ik nu begonnen.
Waar ga ik eigenlijk heen?,
Dan voelt hij in zijn broekzak
maar briefjes vind hij geen.
Ben ik dat vergeten, boe!
Dan even vlug naar binnen toe.
Als ik de sleutel nu kan vinden,
Kan ik dadelijk naar mijn vrinden.
7070914Thl Auteursrechten voorbehouden volgens de wet |
|
|
 |
 Kabouter Peperknevel
Humor | kindergedichten van Thl.
|
04 September 2009 | 23:34:53
 |
Kabouter Peperknevel.
Kabouter Peperknevel zat op zijn bankje in de ochtendnevel.
Dromend keek hij voor zich uit.
Zag hij daar een Elf lopen, of was het fluitenkruid.
Had zij vleugels van brokant,
of was er wat.... met zijn ogen aan de hand.
Als betoverd bleef hij kijken naar die lange zijde haren beschenen door de eerste ochtend stralen van de voorjaarszon
Zijn handen draaide in zijn knevel,
alsof hij garen spon.
Langzaam schoof hij over 't bankje,
om te zien waar de Elf ging,
tot hij aan kwam bij het randje,
van zijn wankel elfenbankje.
Daar ging Peperknevel door de lucht,
viel in de modder en liet een zucht.
Dat was goed afgelopen,
gelukkig had hij niets gebroken.
Zingend liep hij naar zijn zwammehuis.
"Halee halo parabeloo makkedam"
tot hij zijn vrouwtje tegen kwam,
"Peper, wat zie jij eruit,
Liep je voor een modderspuit"?
"ik wilde bloemen voor je plukken,
een bosje fluitekruid.
Maar helaas er lag veel modder
en toen gleed ik uit".
Thl1060911 Auteursrechten voorbehouden volgens de wet
|
|
|
 |
 Kabouter Bollebos
Kinderen | kindergedichten van Thl.
|
18 Augustus 2009 | 21:50:12
 |
Kabouter Bollebos.
Kabouter Bollebos had een piano bos.
Hij ramde als een dolle os,
zo gingen alle toetsen los.
Het lawaai deed zeer aan beide oren,
Daarom wilde niemand het graag horen.
Dat vond Bollebos niet erg.
Hij meende goed te spelen voor een dwerg.
Fier zong hij zijn nieuw kabouterlied
Terwijl hij de piano gillen liet:
Ma ri moesteile,
Ba tjee rom.
Polo wisse gom.
Polo wisse gom
Vida vida klama,
Ba tjee rom
Tjee rom.
Als hij klaar was met zingen begon hij weerom.
Wanneer je zo mooi als Bollebos spelen en zingen wil,
Zing dan nu zijn nieuwe lied.
vergeet het "Mars" ritme,
en je dansende vingers op de piano niet.
580956Thl Auteursrechten voorbehouden volgens de wet
 |
|
|
 |
 HET MEISJE MET DE ZWAVELSTOKJES
Taal/Gedicht | kindergedichten van Thl.
|
08 December 2008 | 13:42:01
 |
Het meisje met de zwavelstokjes, 
geschreven door THL, in gedichtvorm.
Speels dwarrelend valt de sneeuw
de laatste avond van het oudejaar,
het is bitterkoud en donker onverhoeds.
Bibberend loopt langs de straat
een klein meisje barrevoets.
Toen ze van huis was weggegaan,
had ze nog een te grote en een te kleine pantoffel aan.
Die grote had haar moeder die gedragen?
dat had ze die morgen nog aan haar willen vragen.
Het had haar niet lang geholpen, maar even.
De kleine pantoffel was onder het hard lopen uitgevlogen
en aan het wiel van een passerende wagen blijven kleven.
De grote werd door een jongen afgepakt,
daar maak ik een boot van had die gedacht.
Zo liep het kleine meisje met naakte voetjes
rood en blauw van de ijzige kou.
In haar schort droeg ze twee doosjes met zwavelstokjes,
waarvoor niemand één stuiver geven wou.
Niemand had iets van haar gekocht
en ze wist dat ze zonder stuiver niet thuis komen mocht.
Zo liep het kleine meisje met blote voetjes als een beeldje van ellende.
Sneeuwvlokken bedekte haar mooie blonde haren,
dat krulde langs haar hals, rijkend tot haar lenden.
Uit alle vensters straalde licht en kwam de geur van gebrade gans.
Ze zag vele kerstbomen in volle glans.
Het was oudejaarsdag naar zij meende,
nog nooit had zij zo een kou geleden.
In de hoek tussen twee huizen hurkte ze neer,
zo haar voetjes beschermend tegen het koude weer.
Naar huis gaan ,...nee dat kon ze niet,
want haar zwavelstokjes die dag verkocht ze niet.
Haar vader zou haar vast en zeker slaan,
hem spraken alleen de verdiende stuivers aan.
Daarbij was het thuis ook heel erg koud,
de grote kieren waren met stro wat toe gebouwd.
Haar handjes waren half bevroren koud als ijs,
Zou ze een zwavel stokje aan steken, was dat wel wijs.
Dat zou haar heel erg goed doen,
bevend pakte ze een zwavelstokje toen.
Zou ze het wagen er een tegen de muur af te strijken,
in de hoop dat de koude uit haar vingers zou gaan wijken.
Aarzelend streek ze er een langs de muur
en kijk wat spetterde dat ze hield haar handje boven t' vuur
Het warmde alsof ze voor een grote ijzere kachel zat,
met glanzende kopere poten en die ook zo 'n zelfde mooie deksel had.
Ze strekte haar koude voetjes, wat heerlijk warm,
toe ging het vlammetje uit, de koude sloeg alarm.
Tot het eind was 't stokje opgebrand
het verkoolde steeltje was nog in haar hand.
Gauw streek ze een tweede langs de muur.
het schitterde in nooit geziene kleuren.
toen keek ze in een kamer door het vuur.
Een sluier van de mooiste kleuren waaierde uit
naar een prachtig gedekte tafel met een kleed, in wit brokante glans.
De grootste schaal van het servies was gevuld met appel en geconfijte vruchten
met in het midden een van mes en vork voorziene gebrade gans.
De gans sprong van de schaal en liep naar t' meidje.
Dan doofde het zwavelstokje,
ze voelde de vochtigemuur van t' huis uitspingend in het rijtje.
Ze stak nu nog een stokje aan,
nu zat ze onder de kerstboom hij was groter en mooier
dan welke boom die je ook vond
deze had véle prachtig gekleurde lichtjes aan
rood geel groen en blauw, op alle takken
die straalde als waaiers in het rond.
Toen ging het zwavelstokje uit........
de kleuren stralen gingen hoger en hoger ze zag die
als sterren door een ruit.
Een ster viel lichtend naar beneden, nu sterft er iemand
had ze van haar lieve grootmoeder geweten.
Die was zo lief voor haar geweest, dat was ze niet vergeten.
Weer streek ze een stokje aan.
en voor haar in een kleurig lichtend schijnsel,
had haar grootmoeder gestaan.
"Grootmoeder" zo riep ze uit, "neem me mee, haal me hier toch uit"
"Ik weet dat je weggaat, mijn zwavelstokje gaat zo uit"
"Dan gaat U zoals de warme kachel, net als de heerlijke gans,
zoals mooie kerstbomen...........
Dan streek ze het resterende van het pakje stokjes aan ,
om bij haar grootmoeder te kunnen komen.
De zwavelstokjes straalde zo mooi en helder,
als op een zomerse dag, begin september.
Dan trad stralend grootmoeder naar haar toe en nam het meisje in haar armen.zo vlogen ze samen hoger en hoger, als door een lange tunnel van helder kleurig straalend glas.
Recht tussen de sterren, waar geen koude, verdriet of honger, noch lijden is, alleen stilgeluk.
Daar waar eens het leven ontsprongen was.
In de hoek tegen de muur, zat in het koude ochtenduur
Geleund in t' hoekje, met rode wangen en een lach nog op de mond
met een glinsterende traan, die zijn weg niet vond.
Bevroren op het laatst van t' oude jaar op een besneeuwde ondergrond.
Twee pakjes zwavelstokjes in de hand,
waarvan eentje was verbrand.
"Kijk ze heeft zich nog willen warmen, och..arme"
Niemand had het vermoede, noch er bij stil gestaan,
wat voor moois ze had gezien en daarna
met haar grootmoeder in liefde en grote glans,
de nieuwjaarsvreugd is ingegaan.
Met dank aan de geestelijke vader van het orginele verhaal, Andersen.
THL1201067 auteursrechten voorbehouden volgens de wet.
©Repelsteeltje
|
|
|
|
|
|